De landschapsstijl

De landschapsstijl is in de achttiende eeuw in Engeland ontstaan. Vooral uit de behoefte om een soort ideaalbeeld van een landschap te creëren. Men zocht de inspiratie voor dit ideaalbeeld bij schrijvers uit de klassieke oudheid. Het landschapspark of plantsoen heeft de volgende kenmerken:

 

  • asymmetrische aanleg;

  • slingerende paden en vijvers;

  • zachtglooiende grasvelden:

  • accentueren van hoogteverschillen;

  • bossages omringen en begrenzen de ingedeelde ruimte zó dat het park onbegrensd lijkt;

  • Vooral in particuliere tuinen werd de aanleg aangevuld door plaatsing van tuinsieraden zoals tuinvazen, beelden en tempeltjes met voorstellingen uit de Griekse en Romeinse mythologie.

 

In de plantsoenen zien we vooral de knappe toepassing van hoogteverschillen en soortkeuze van de beplanting.

Als gevolg van een groeiende belangstelling voor de botanie (ontdekkingsreizen) voerde men bomen en planten uit andere werelddelen aan, o.a. de Gingko biloba en de trompetboom. Men past ‘atmosferisch perspectief’ toe door achterin het park grijze beplanting op te nemen. Grasvelden werden ‘hol’ aangelegd om de dieptewerking te versterken. Kunstmatige hoogteverschillen en weerspiegelende beplanting in water dienden om die hoogteverschillen nog te benadrukken. In het plantsoen zijn in de gazonvlakken holle en bolle niveauverschillen knap toegepast.

 

Meer dan vijftig boomsoorten gaven, zowel in leeftijd als in omvang, een zeer gevarieerd beeld in het plantsoen. Ook staan er vroeg in de lente talloze stinzenplanten in bloei, waaronder de bosanemoon, bosgeelster, daslook, gele anemoon en holwortel. Vooral speenkruid en bosgeelster bloeien massaal in het plantsoen.

 

 Jatsdwinger (de 'hoge berg'), nog zonder muziekkoepel

 

Vanaf de aanleg zijn er twee gebouwen aanwezig. Beiden zijn aangewezen als rijksmonument.

De muziekkoepel dateert uit 1905. Concerten in het park waren indertijd niet vanzelfsprekend. ‘Met het oog op de mogelijke beschadiging van het plantsoen’ waren openbare muziekuitvoeringen aanvankelijk uit den boze. Maar toen het plantsoen in 1902 bij een proef ‘niet in het minst’ beschadigd bleek, mochten er voortaan concerten worden gehouden. De zondagse zomerconcerten waren zo’n succes dat de verplaatsbare muziektent in 1905 werd vervangen door een vaste. De directeur gemeentewerken J.A. Mulock Houwer maakte een ontwerp in de toen populaire Vernieuwingsstijl.

 

Muziekkoepel begin 20ste eeuw

 

Het gebouw van restaurant ‘Zondag’ is in 1927 ontworpen door stadsbouwmeester S.J. Bouma voor de toenmalige huurder Brouwerij d’Oranjeboom. Bouma  liet zich inspireren door de bekende Rotterdamse avant-garde architect J.J.P. Oud.

Daarvóór stond op die plek een kleinere voorganger, melksalon ‘Vredewold’  

 

 Noorderplantsoen, Melksalon 1907

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Bijgewerkt op 27 maart 2019